Overal in de wereld wordt momenteel gezocht naar manieren om de balans tussen mens en natuur te herstellen. Eén van die manieren is door de natuur rechten te geven. Er zijn inmiddels een aantal rivieren een rechtspersoon geworden, onder andere in Nieuw Zeeland en Equador. Die moeten voortaan worden geraadpleegd bij wetgeving die hen raakt.

In Nederland maakt de Ambassade van de Noordzee zich sterk om te zorgen dat de stem van de Noordzee wordt gehoord. Dat heeft nog niet tot een juridische status voor de Noordzee geleid, maar wel tot het boek ‘De stem van de Noordzee’, dat onderwerp was van de eerste leesclub op het Landje. Dat leidde tot prikkelende vragen over luisteren en verwoorden, over het integreren van het menselijke en het niet-menselijke, en hoe je water zou kunnen begrijpen of vertegenwoordigen.

Dit bracht ons tot het inzicht dat het ‘hoe’ misschien nog niet klip en klaar is, maar dat het zeker de moeite waard is om een poging te doen om de natuur/ niet-menselijke wezens/ entiteiten-zonder-stem een stem te geven in hoe het Landje wordt bestuurd.

We werden hierbij geïnspireerd door een initiatief van het Nieuwe Instituut in Rotterdam: de zoöp. In plaats van zich te richten op nationale en internationale wetgeving heeft het Nieuwe Instituut een model ontwikkeld voor samenwerking tussen bedrijf/instelling/organisatie enerzijds en de levende en niet levende natuur anderzijds: de zoöperatie. Of kortweg: zoöp. Een zoöp koestert de ambitie om in haar activiteiten, beleid en beslissingen ook de belangen mee te wegen van de wezens zonder stem: planten, dieren, maar ook bodem, water en lucht.

Op het Landje zijn we erg gecharmeerd van deze denkpiste. Natuurlijk zit het in de aard van het Landje om rekening te houden met de natuur. Maar het spreekt ons aan om te onderzoeken hoe we deze intenties kunnen verankeren in onze bestuursvorm. Zodat het niet vrijblijvend en incidenteel is. Ook om onszelf uit te dagen om de zoöperatieve blik op ál het handelen van het Landje te richten. En omdat de tijd rijp is voor een bredere interpretatie van ‘samenleving’.

Vandaar dat we hebben besloten om een bestuurslid te benoemen met de nadrukkelijke taak om te spreken voor de wezens zonder stem. Judith van Genderen gaat die taak op zich nemen. Judith is ecoloog en jarenlang adviseerde ze gemeentes en andere overheden met betrekking tot de impact van beleid op de natuurlijke omgeving. Zelf vat Judith nut en noodzaak van haar werk aldus samen: ‘Konijnen kunnen niet bellen.’

Als ecoloog is Judith getraind om te kijken naar samenhang. Vaak zijn problemen het gevolg van een disbalans en dan helpt het om de balans te herstellen in plaats van ingewikkelde ingrepen te doen. Judith: ‘De eerste vraag om te stellen is: Wat is eigenlijk het probleem? En wat is het verband? En de uitdaging is om vervolgens niet gaan strijden, maar te gaan kijken. Veel oplossingen komen vanzelf. De natuur heeft een zelfherstellend vermogen. We boffen dat het Landje in een groene omgeving ligt, want hier is de kans groter dat evenwicht hier kan herstellen.’

De zoöperatieve ambities gelden overigens niet alleen voor de inrichting van de tuin, maar ook voor andere beleidsterreinen van het Landje. Al met al slaan we een nieuw en tamelijk ongebaand pad in. We staan van harte open ideeën en voor suggesties op dit pad. Graag delen we de avonturen, uitdagingen, horden en nieuwe gezichtspunten die zich, zo vermoeden we, aan gaan dienen.