Dit jaar programmeerden we voor het eerst de workshop ‘moestuinieren voor trage starters’. Wat we vermoedden, bleek te kloppen: mensen zijn geneigd te denken dat het tuinseizoen verloren is als je tegen IJsheiligen nog niet uit de startblokken bent.
Gelukkig konden we die geruststellen. Ja, het is te laat om nog te hopen op een serieuze selderijknol. Tot zover het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat er nog heel veel wél kan. Sterker nog: alles wat je nu zaait, vliegt de grond uit, terwijl de tuiniers die in maart en april al zaaiden, weken moesten wachten op de eerste tekenen van groei.
Dus bietjes, bonen, courgettes, pompoenen, palmkool, spruitkool, knolvenkel: het is echt niet te laat om daar nu nog mee te beginnen.
Er zijn zelfs teelten met zo’n ruime bandbreedte, dat je ze nog wel drie keer kunt telen tussen nu en het eind van het jaar. Bijvoorbeeld tuinkers, rucola, snijbiet, bladmosterd, kervel en koriander.
Wil je helemaal niet zelf zaaien, check dan bij het tuincentrum of ze plugplantjes hebben. Dat zijn voorgezaaide plantjes van de gangbare groenten, van sla en andijvie tot broccoli en prei. Dit is perfect materiaal om een inhaalslag te maken. Over een maand eet je al je eerste sla uit eigen achtertuin. En wie weet heb je geluk en vind je nog een plugplantje van een sknolselderij…
Als je nu al inschat dat je volgend jaar ook weer traag uit de startblokken zult zijn en toch iets uit eigen tuin wilt oogsten tijdens de ‘hungry gap’, investeer dan nu in vaste planten die volgend jaar, en de jaren daarop, al aan het begin van het jaar opbrengst geven zoals asperges, bieslook, bladvenkel, daslook, driekantig look, lavas, rabarber, roomse kervel, salie, zeekool (zie foto) en zuring.
[Elbrich Fennema]