In principe is de teelt van paddenstoelen heel geschikt voor de luie tuinier: één keer enten met de schimmel/paddenstoel naar keus, vervolgens de zwam zijn/haar onzichtbare werk laten doen en tot slot de paddenstoelen opeten: oesterzwammen, shiitake, fluweelpootjes.
Alleen: je moet alleen vrij precies timen wanneer je ent. Ook moet je goed opletten aan het eind: paddenstoelen groeien spreekwoordelijk snel, dus als je een weekje niet oplet, kan het zijn dat ze alweer over hun hoogtepunt zijn, en niet meer geschikt voor consumptie…
Dus het belangrijkste voorwerk voor de workshop ‘zwammen op stammen’ met Pip Gilmore (foto links) van de Groene Takken was te zorgen voor stammetjes van de juiste maat (idealiter: 1 meter lang en diameter tussen de 10 en 20 cm) en van de juiste ‘versheid’: vier weken tot drie maanden na de kap van een gezonde boom is het beste moment om te enten.
Wat we van Pip leerden: je hebt beslist een gezonde boom nodig, want een zieke boom is naar alle waarschijnlijkheid al ten prooi gevallen aan een of andere schimmelsoort. Na een paar weken neemt de natuurlijke weerstand van de boom tegen schimmels af en zoals we eigenlijk allemaal wel weten uit het bos: uiteindelijk vestigen zich schimmels op dode bomen.
Wij willen graag dat zich daar een eetbare schimmel gaat vestigen, dus die gaan we een handje helpen. Dat doen we door gaatjes in de boom te boren, en in die gaatjes slaan we een geente deuvel (middelste foto). Dat wil zeggen dat zo’n deuvel is besmet met paddenstoelenbroed, oftwel die is al doordrongen van mycelium, oftewel het lichaam van de schimmel. De hoop is nu dat die schimmel vanuit de deuvels de boomstam in gaat groeien.
Bij het boren van de gaten is het van belang je een beetje te verplaatsen in de schimmel. Die groeit het liefst in de lengte van de boomstam, want die volgt de richting van de vezels van de boom. Het is dus zaak om de gaatjes goed te laten verspringen, om zo veel mogelijk lange schimmeldraden te krijgen die uiteindelijk de hele boomstam in gaan nemen.
We hebben vijf stemmen geënt met grijze oesterzwam, en drie met fluweelpootje (enoki). Dat zijn zwammen (schimmels/ paddenstoelen) die goed willen groeien op ons esdoornhout. Pip vermoedt dat we aan het eind van het jaar oesterzwammen kunnen oogsten. Fluweelpootjes kunnen we verwachten na een koudeperiode volgende winter. Paddenstoelen kun je beschouwen als de ‘vruchten’ van een schimmel (het mycelium).
De geënte boomstammen moeten op een vochtig plekje in de schaduw en uit de wind komen te liggen. Toevallig beschikt het Landje over een ideale paddenstoelenbiotoop: onder een pol groete bamboe. Het bladerdak van bamboe beschermt tegen wind en zon. En eronder is het lekker donker en vochtig.
Nu breekt de luie fase aan: wachten. Vanaf de herfst eerste regenbuien in de herfst wordt het zaak één keer per week inspecteren of de stammen al een ‘vlucht’ maken. En dan gauw een pan opzetten, voor een oesterzwammenomelet of paddenstoelensoep.