Zaaien met Jaap


Op 11 mei gaf Jaap Kuijpers voor de vierde keer de workshop ‘Zaaien met Jaap’. En elk jaar leren we bij! Omdat het dit jaar (voor het eerst) regende tijdens de workshop, sprak Jaap wat uitgebreider over de theorie van het zaaien: over lichtkiemers en donkerkiemers, over het nut van voorweken, over truukjes met zand, over koudeminnaars en over ‘zaaien in het groen’. Dat laatste gaat vooral op bij veel schermbloemige planten, die in het najaar hun zaadjes uitstrooien. Bijvoorbeeld dille, of (wilde) wortel. Als je daar zaad van wil opvangen om uit te zaaien, moet je het zaad groen oogsten, twee weken na laten rijpen in een papieren zak en dan meteen uitzaaien in een bak en die de hele winter buiten laten staan.In de loop van het voorjaar zie je de plantjes dan vanzelf opkomen. Zou je het zaad de hele winter bewaren, dan komt er maar een fractie van op. Vandaar dat zaad van dergelijke planten vaak in gesealde zakjes zit.

 Natuurlijk gingen we tijdens de opklaringen naar buiten voor praktijkervaring. Zaaien kan subtiel en gedoseerd, of iets minder subtiel en uit de losse pols. Of uit de losse enkel. Jaap deed ons voor hoe je met de hak van je schoen een voor kunt trekken. Daar zaai je dan je zaadjes in en vervolgens schuifel je weer een keer langs de voor terwijl je met de neuzen van je schoenen weer aarde terugschuift in de voor (bovenste foto). Een prettige techniek voor wie niet wil of kan bukken, maar nog best lastig om Jaaps’ Tip Nummer Een in de praktijk te brengen: je moet zaad bedekken, niet begraven!
Wie iets gecontroleerder te werk wil gaan, trekt een voor met een schepje of de achterkant van een hark (middelste foto), strooit de zaadjes erin en trekt met een omgekeerd V-teken (gestrekte wijs- en  middelvinger) langs de voor om het zaad met een laagje aarde te bedekken (onderste foto).

We kunnen de zinnia’s, de papavers en clarksia’s die de grond in zijn gegaan, er wel uit kijken!

pasen 2013

 

Op vrijdagochtend hadden we de bankjes uit de winterstalling gehaald, de terrassen gebezemd. Op zaterdagmiddag hadden we taart gebakken, kilo’s uien gefruit en soep gekookt. Op zondagochtend gingen de tafelkleedjes over de tafels in de kas, stonden de eerste boeketten van het jaar te pronken en brandde het vuurtje in de houtoven.

Maar dat we net een uurtje kwijt waren geraakt aan de zomertijd hielp natuurlijk niet. Dat het sneeuwde hielp ook niet. Dat

het kouder was dan met kerst maakte het er ook niet aantrekkelijker op…

Maar wie zich door de kou naar het Lan

dje had gewaagd, trof daar een knusse kas, een uniek assortiment zaadjes en een brandende houtoven waarin Pieter (blijkbaar koudebestendig) verrukkelijk troosteten bakte: Flammenkuchen! Dat is een soort pizzabodem met daarop zachtgesmoorde uien met crème fraiche. We voorspellen dat het een Landjeklassieker gaat worden!

 

NL Doet, editie 2013

Om met de conclusie te beginnen: de

vlechtheg staat! Het ziet er, zo zonder                                      blaadjes, wat iel uit, maar dat is een kwestie van tijd: dan ontstaat hier een weelderige haag van struiken die deels om hun charme en deels om hun afstotende werking (doornen!) zijn gekozen, zoals meidoorn, hondsroos, sleedoorn, egelantier, veldesdoorn, hulst, maar ook een geurige kamperfoelie die in de winter bloeit.

De vlechtheg is overigens niet het enige resultaat van onze NL-Doet-klusmiddag op 16 maart.

Het bewerkelijke perk gras onder de beuk is vervangen door een minder bewerkelijke laag houtsnippers.

De stapel zwerfhout die geleidelijk is ontstaan naast de tuindersschuur is verzaagd en gekliefd tot haardhout.

De grond in de kas is goeddeels ontdaan

van ongeregeldheden als klinkers, keitjes, steentjes en stukken hout.

Het belangrijkste werk dat voor de aanleg van de vlechtheg is verzet overigens vrij onzichtbaar: het aanvoeren van goede grond om de heg in te kunnen planten. Dat ziet er, als de heg eenmaal staat, heel vanzelfsprekend uit dat die grond er ligt, en slechts aan de ‘groeve’ die verderop op het terrein is onstaan, kun je afzien hoeveel grond er wel niet verplaatst is!

Minstens zo succesvol als de resultaten was het proces: de klusmiddag verliep in opperbeste stemming. Er waren bekende en nieuwe gezichten, die geheel organisch een team vormden. Dat Andre Burger, één van de leden van de CDA-fractie in de gemeenteraad van Bloemendaal die de handen uit de mouwen kwam steken op het Landje tijdens NL Doet, taart had meegenomen omdat het zijn verjaardag was, verhoogde de stemming nog verder!

Waar de vier CDA-ers goed herkenbaar waren met hun groene sjaals, hield een Bloemendaalse wethouder zich juist wat op de vlakte door zich voor te stellen als ‘Tames de overbuurman’.

De kids stookten het tweede deel van de middag een vuurtje van hun zelf gekliefde hout om broodjes boven te kunnen bakken. Tegen vijven borgen we het gereedschap we

er op en schonken we een glaasje in om, zeer voldaan, te toasten op het gedane werk, en op de nieuwe haag, en dat die maar snel uit mag lopen!

stapelen in de kas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heerlijk, zo’n lekkere dankbare klus als een muurtje stapelen! Binnen een middag eer van het werk, want een zichtbare (en blijvende!) verandering tot stand gebracht!

Dankzij het voorwerk van hovenier Hans Stolvoort, die een fundering had gelegd van 30 x 30 tegels, konden we in rap tempo de muurtjes stapelen in de kas, waar we in verhoogde bedden gaan telen.

Al snel ontstond een effectief treintje van stenen inladen (zie linksachter), stenen lossen en stenen stapelen.

In de stapel klinkers troffen we helemaal onderin een nest winterslapende salamanders. Omdat het echt nog veel te koud is voor deze koudbloedige wezentjes om nu al wakker te worden (ze eindigen dan gegarandeerd als hapje voor een reiger of zo), hebben we een nieuw winterslaapkamertje voor ze gemaakt waar ze verder kunnen pitten. Het waren er wel een stuk of zeventig!

 

Composteren met Jan

 De workshop ‘composteren met Jan’ was een bijzonder inspirerende start van het tuinseizoen. Jan Graafland, die in het dagelijks leven tuinbaas is in de tuinen van Weleda in Zoetermeer, vatte de vraag ‘hoe maak je compost?’ niet licht op! Hij nam ons mee langs zon, maan en sterren, introduceerde begrippen als ‘versnerting’ en ‘kernloos’ , om te eindigen met de handen in de aarde met een compostwurm tussen de vingers. Het is (dus) ondoenlijk om hier recht te doen aan alles wat Jan met ons deelde, maar hieronder volgt een soort samenvatting-in-steno:

Afval bestaat niet in de tuin. Wat we naar de composthoop slepen, is uitgangsmateriaal. Composteren is het maken van aarde. Tijdens het composteerproces laten planten de krachten die ze tijdens hun groei hebben opgedaan in omgekeerde volgorde weer lost: wat begon in de aarde (wortels) groeide door water (bladgroei) en evolueerde tot bloem en zaad onder invloed van de krachten van licht en vuur, laat zijn licht en warmte weer los (vandaar dat een composthoop opwarmt), doorloopt weer het waterstadium (verslijming), tot we ten slotte aarde overhouden. Het mooie van composteren is dat je stabiele aarde maakt waarin organisch en anorganische materiaal is samengebracht. Ons onmisbare hulpje hierbij is de compostworm (Eisenia fetida). Die maakt eiwitten met beide elementen erin, die tesamen het stabiele, levende, vochtbindende, CO2-bindende wonder vormen dat we humus noemen.

Een composthoop lijkt misschien vooral een samenraapsel, maar een goede composthoop is op te vatten als een eenheid: een ‘compostwezen’, dat niet alleen een eigen kern heeft, en een eigen stofwisseling, maar ook intelligentie bezit (afhankelijk natuurlijk van wat je hem voert en ‘leert’). Een composthoop kun je starten als je ongeveer een kuub aan uitgangsmateriaal hebt verzameld. Hoe je  dat bewaart, hangt af van de situatie en het materiaal dat voorhanden is, maar alles kan meteen bij elkaar: tuinafval, keukenresten (mits niet gekookt), houtas, eierschalen. Om te voorkomen dat je bewaarhoop spontaan gaat composteren, moet je zorgen dat hij ‘kernloos’ is, oftewel een kuil heeft in het midden. In die kern gaat de hoop namelijk ‘ontbranden’, en zonder kern is de kans dat dat gebeurt aanzienlijk minder. Als je een hoop opzet, maak dan een lekkere, luchtige, gevarieerde bult die ongeveer voor de helft uit stikstofrijk (groen, nat) materiaal bestaat, en voor de helft uit koolstofrijk (bruin, droog) materiaal. De hoop heeft ook een ‘geraamte’ nodig in de vorm van kalk. Zo voorkom je verzuring en houd je leven vast. Tot slot dek je je compostwezen af met aarde, compostdoek of stro. De hoop moet luchtig zijn, anders gaat hij rotten en ‘versnerten’ in plaats van composteren. Als het goed is, ontbrandt het compostwezen spontaan (brandnetelblad kan dit proces ondersteunen) en loopt de temperatuur binnen twee dagen op tot zo’n vijftig graden, misschien wel meer! Bij temperaturen boven de 65 a 70 graden wordt het zaak de hoop te openen en af te koelen met water. Na dit eerste hoogtepunt zal de hoop geleidelijk afkoelen. Tegen de tijd dat de temperatuur is gezakt tot 25, 30 graden, zet je de hoop om. Hij zal opnieuw hitte maken en weer geleidelijk afkoelen, waarna je hem opnieuw kunt omzetten. Hoe vaker je de hoop omzet, hoe meer je het composteerproces versnelt.

Het mooie van compost is dat het je hele tuin goed doet. Je hoeft niet elk plantje individueel iets te geven waar het  op gedijt (rozenmest bij de rozen, buxusaarde voor de buxus enzovoorts). Ze halen elk uit de compost wat ze nodig hebben. Alles uit de tuin verzamelt zich in de composthoop, en wordt vanuit de composthoop weer over de hele tuin verdeeld. De complexiteit van alles wat de hoop te eten heeft gekregen, draagt compost in zich, en tegelijkertijd is niets eenvoudiger in te zetten dan compost.

Tot zover de theorie! Als we met Jan naar buiten lopen en de composthoop van het Landje inspecteren, is Jans oordeel dat de goede elementen aanwezig zijn, maar het veel effectiever aan de praat te krijgen moet zijn. Een beetje kalk zou ook helpen, een kilo of zeven schat hij op het oog. Over onze ‘compostwanhoop’ (een berg tuinafval van in het zaad geschoten onkruid, wortelonkruiden en ander spul waar we de composthoop niet mee wilden belasten)is hij minder wanhopig dan wij: we zijn wat te keutelig en voorzichtig en willen het te netjes doen. Onze compostwezens kunnen veel meer aan dan we denken! Hij raadt ons aan om de compostwanhoop grof te zeven, de onverteerde delen tot uitgangsmateriaal te bestempelen en de verteerde aarde in de kern van de compostwanhoop in één afgebakend bed te storten. Alle (onkruid)zaden die daarin hebben overleefd kunnen we lekker laten uitlopen en vervolgens kunnen we genieten van de inmense variatie die daar ongetwijfeld inzit! (niet doen: deze aarde uit de compostwanhoop uitstrooien in een bed met vaste planten!). Jan drukt ons allen op het hart dat composteren vooral een kwestie is van goed waarnemen en ervaring. Over een jaar of twee komt hij terug om te kijken hoe het dan met het warm kloppende hart van de tuin staat.

We zijn heel erg blij dat de compoststrategie op het Landje zijn voordeel heeft kunnen doen met de waarneming en de ervaring van Jan!

 

Op de foto’s:

1- Jan analyseert onze compostwanhoop

2- mooie aarde kun je tot een bolletje rollen dat samenhang behoudt

3- kadootje van Jan: een nest compostwormen!

 

 

 

Pagina 1 van 2512345...1020...Minst recente »